OVER

[Thanks to Google, you can automatically translate all texts in this blog]

‘Gezond kritisch’ behoorde ooit tot de geprezen grondhoudingen van de burger. 
Dat ‘ooit’ situeert zich in het laatste kwart van vorige eeuw. Een eigen kijk op de ontwikkelingen was toen niet enkel politiek correct, het leek politiek noodzakelijk.

Er was vraag naar. Of: wij dachten dat er vraag naar was. Of: men gaf ons de indruk dat er vraag naar was.
Onze veelheid aan gedachten over fel verbeterde, menslievende, sociale omgangsvormen goten we in bevlogen volzinnen.

Anno 2026 acht men deze denk- en schrijfstijl niet meer van deze tijd. Achterhaald. Gratuit. Overdadig geïnfecteerd door subjectiviteit. 
Het mogen hebben van een mening – en daar uitdrukking aan geven – mag dan wel prominent in de – niet toevallig naoorlogse – verklaring van de rechten van de mens opgenomen zijn, echt van tel is ze niet meer.

Men hoort te bewijzen. Bij voorkeur met feiten, cijfers en vierkleurige statistieken. Ook als die cijfers zwart op wit liegen of één mening dienen. 

Bovendien hoort men zich ononderbroken positief uit te drukken. Wat dat ook moge betekenen. Vaak draait deze stilzwijgend opgelegde vorm [of norm] uit op eufemistische kromzinnen die niemand nog begrijpt. 

Taalkundig hebben we een staat van beschaving gecreëerd die alle mogelijke lange tenen hoort te sparen.
Wie zich verontwaardigd toont over het aantoonbare feit dat iemand haar of zijn frietresten met mayonaise op het voetpad dumpt of als zelfverklaarde milieuactivist de tent gewoon achterlaat na een festival wordt snel een verzuurde mentaliteit aangemeten. 
Het zinloos belagen van hulpverleners en vernielen van [zieken-] wagens begrijp ik niet en wil ik niet wil begrijpen, nog minder vergoelijken.

Deze blog kleeft aan een zeventiger die er maar niet in slaagt zijn kritische grondhouding van zich af te schudden. Hij heeft lang genoeg geleefd om zich niet langer schuldig te [moeten] voelen voor elke constructief of schalks bedoelde opmerking die hij maakt of neerschrijft. In de stijl waarin de vogel gebekt is.
In zijn hoofd is hij nooit knecht of meester geweest en iedere lezer draagt minstens een even grote verantwoordelijkheid voor de ingesteldheid, de [voor]oordelen, de premissen waarmee zij of hij leest.
 
Verzuring? Dat zal persoonlijk wel het laatste zijn. Neen, hoor: burgerzin, engagement, consequentie, narrenkop.
Als ik tussen mijn lijnen door de stand van de wereld opmaak, zal daar wel enige bitterheid in doorschemeren.
Het is zelfkritiek. Daarmee belicht ik immers de bijdrage die onze generatie geleverd heeft tot – met een veel te groot woord – een betere wereld. 

Technologisch hebben we onmiskenbaar immense stappen vooruit gezet.
Qua ethiek leef ik met diepe twijfels.
Met al onze collectieve best intentions en alle OostWesterse overmatige kansen zijn we er bijvoorbeeld niet in geslaagd – naast de even kwaadaardige als effectieve machtsdrang – de inhaligheid een heel klein beetje te temperen. Al onze engagementen en redelijkheid ten spijt,
hebben we toegelaten dat de [materialistische] hebzucht zich onder onze ogen mondiaal heeft kunnen versterken. De hebzucht, als erger dan de koopzucht.

De vredeswil uit onze wonderjaren leek universeel en vooral uitermate krachtig. Ook op dat vlak hebben we gefaald, moeten we het afleggen tegen de brutale omgangsvorm van de tegenstrijd, de vernietiging, de bewapening, de polarisatie. Zou dit laatste dan echt ‘de wil van de volkeren’ weerspiegelen? Het is zo moeilijk te geloven dat wij, mensen, niet in staat zouden blijken onze verschillen te overstijgen en te verzoenen. 
Veel wilden we bij leven niet: bijdragen tot een wereld in vrede van veelkleurige, gelukkige mensen met weinig behoeften. 
Het vermoeit te moeten aanzien dat de waarneembare, meetbare, rauwe werkelijkheid onze fantasie – en zelfs de fictie – in hoge mate overtreft. 

In onze laatste rechte levenslijn en met de generaties na ons – waaronder onze eigen dochter en zonen – voor ogen, mag en moet deze balans ons tot ernstige [zelf]reflectie aanzetten.

Tot medio maart 2026 gaf ik mijn te onderscheiden stemmen een dak onder de relativerend bedoelde noemer ‘Ouwe Zeur’. Onder eigen naam kon ik bloggen onder De Wereld Morgen. Laatstgenoemde redactie heeft de keuze gemaakt om dit forum voor vrije journalistiek te schrappen. Jammer. Het maakte me – mij, naast veel anderen – meteen een vrije stem armer.
Het verklaart deze nieuwe aanloop. De vlag, eerder de wimpel: ‘PULSrA’. Het is even [maar] wennen. Een samenvoeging. Van ‘pulsus’, ‘senior’ en ‘A’. De vrouwelijk strijdbare oudere, die het onverbeterlijk niet kan laten te zoeken naar de polsslag van de tijd waarin hij zich geworpen weet.  Voortaan onder de twee pseudoniemen en de eigen naam: Haro Waden – Willi Huyghe – Wighel.  Het ‘format’ [dit woord zou ik onmogelijk kunnen bedenken] van het – overigens blijvend vriendelijke WordPress – bood me op de frontpagina geen grafisch ordentelijke plek meer voor de verklarende subtitel: ‘Associatie van Pleiters voor Hereniging.’
Met ‘hereniging’ trachten we met z’n drieën duidelijk te maken we de als evident bedachte ‘vereniging’ dreigen te verbeuzelen. Het machteloze toekijken en achternahollen van wat men ooit ‘De Verenigde Naties’ noemde, is exemplarisch. Wat doen wij, mensen, elkaar aan? We laten ons zo gemakkelijk uit elkaar spelen, terwijl we het zo aangenaam kunnen maken voor ons allen.   

Mijn [sub]rubrieken of [sub]hoofdingen in deze site [van ‘Dichtingen’ naar ‘Opinie’ naar ‘Cursief’ tot ‘Wagenschot’] becommentariëren, roepen  herinnering op, spelen met taal, relativeren, studeren, zoeken en zoeken opnieuw, laveren onhandig tussen toen en nu en straks, lezen als een foto-album [met flarden van een bestaan], archiveren, gelden als memorandum. Het schrijverke. Het schrijft en schrijft opnieuw. Agnostisch. Scripta manent blijven sommigen tegen beter weten in beweren.    

Hoe hard ik daarbij mijn borstel op het canvas ook laat schuren, welke fel aangedikte kleuren ik er ook laat op spatten, mijn gemoed is ontdaan van cynisme.
Mijn miniaturen zijn erop gericht de anderen na ons het beter te laten doen.
Minder naïef. Even goedgeluimd en eigenzinnig.

Voldoende redenen om mezelf vooral niet met een zwijgplicht te belasten. 

Hartelijk,

Haro Waden – Willi Huyghe – Wighel

Associatie van Pleiters voor Hereniging